Het niveau van het WK valt tegen. De altijd genuanceerde Johan Derksen oordeelt dat de topteams ver onder de maat presteren. En volgens rasoptimist Willem van Hanegem was het Nederlands Elftal in de eerste wedstrijden niet om aan te gluren.
Het is maar waar je naar kijkt en wat je wilt zien. Ik was in Johannesburg en stoorde me niet aan de slechte passes, zwabberschoten en blunderende keepers. Ik zag Mexicanen, Amerikanen en Nigerianen met elkaar feesten, gadegeslagen door blije en trotse Zuid-Afrikanen. Ook zag ik een geweldig Nederlands Elftal, dat één dag voor de openingswedstrijd van het WK al in topvorm was. Oranje schonk een openbaar trapveldje aan de probleemwijk Hillbrow. Dankzij het geïnspireerde optreden van ‘onze jongens’, in knap samenspel met de KNVB, Johan Cruyff Foundation en de Nederlandse Ambassade, krijgen achtergestelde jongeren de kans om via de sport te kiezen voor een ander toekomstperspectief dan criminaliteit en drugsgebruik. Hoe het WK ook afloopt voor Oranje: met deze actie heeft het overtuigend gescoord.
Het zijn juist deze ervaringen, van verbroedering, trots en maatschappelijke nalatenschap, die een WK zo bijzonder maken. Begrijpelijk dus dat onze regering de bid voor het WK 2018 in Nederland ondersteunt. Het kabinet-Balkenende omarmde, voordat zij ruziënd over straat ging, het belang van sport voor ontwikkeling in Nederland, maar ook in andere landen. Zo schreven de toenmalige bewindslieden ook een beleidsbrief om sport in ontwikkelingslanden te stimuleren. Onder impuls van deze brief zijn vele Nederlandse (sport)organisaties, zoals de NSA, enthousiast coalities aangegaan met partners in onder andere Suriname, Burkina Faso en Indonesië. En ook het een-tweetje van Oranje met haar partners in Zuid-Afrika kon plaatsvinden dankzij dit beleid.
Electoraal heeft het Balkenende niet geholpen, maar het inzetten op sport voor ontwikkeling blijkt een economisch slimme zet: voor een schijntje van vier miljoen euro per jaar draagt Nederland bij aan de ontwikkeling van duizenden kinderen in tien landen. Dat is een heel behoorlijk rendement in de ontwikkelingssamenwerking. Bovendien verkrijgt ons land op deze manier een positief imago in de wereld en dat is in de aanloop naar de verkiezing voor het WK2018 onbetaalbaar.
Toch maak ik me zorgen. De genoemde beleidsbrief verloopt in 2011 en er is nog geen zicht op verlenging. De continuïteit van activiteiten, gegroeide relaties en opgebouwde kennis en expertise staan hierdoor onder druk. Kapitaalvernietiging dreigt. Sterker, we dreigen internationaal als onbetrouwbaar te worden gezien als we ons werk niet afmaken.
Het woord is aan de nieuwe regering. Het zou uitermate onhandig zijn voor onze WK-bid wanneer Nederland internationaal een deuk op loopt. Maar het zou vooral ontzettend teleurstellend zijn voor duizenden kansarme kinderen die net een sprankje hoop op een betere toekomst hebben als het komende kabinet zou besluiten het beleid niet te continueren.
Laat Rutte, Cohen, of hoe onze nieuwe aanvoerder ook mag gaan heten, snel de knoop doorhakken. Door te blijven inzetten op sport en ontwikkeling kunnen zij laten zien van hoog niveau te zijn. Daar zullen Derksen en Van Hanegem vast een goed woordje voor over hebben.
Frank van Eekeren werkt bij USBO (Universiteit Utrecht) en onderzoekt de maatschappelijke betekenis van sport, met speciale aandacht voor sport en ontwikkelingssamenwerking.
Auteur: Frank van Eekeren |